Biologische ouders

De ouders blijven altijd de ouders van hun kind. Los van het feit of ze in staat zijn een (emotionele) band aan te gaan met hun kind of een goede opvoeding kunnen bieden, ze hebben altijd een bepaalde plaats in het leven van het kind. Contacten tussen het kind en de ouders zijn belangrijk in verband met de identiteitsontwikkeling en het gevoel van eigenwaarde van het pleegkind. In het pleegcontract is dan ook een passage opgenomen dat de pleegouders hun medewerking verlenen aan een omgangsregeling. Dit kan variëren van telefonisch contact of een bezoek van ouders bij de pleegouders thuis of in het gezinshuis, tot logeren bij de ouders of bij een ander familielid.

Hebben biologische ouders recht op omgang met hun kind?

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind bepaalt dat een kind het recht heeft om contact met beide ouders te onderhouden, ook al is het kind door een rechtelijke beslissing van hen gescheiden. Ouders hebben dus in principe ook recht op omgang. Ouders die zeer onmachtig waren in de opvoeding van hun kinderen (ernstige verwaarlozing, misbruik of mishandeling) kunnen hun kind soms slechts onder strikte voorwaarden bellen, schrijven of (onder toezicht) bezoeken. Tijdens de pleegzorgplaatsing wordt steeds bekeken in hoeverre de oudercontacten in belang zijn van het kind.

Wat is de frequentie van de ouderbezoeken?

Bij een tijdelijke (crisis)plaatsing in een pleeggezin is het met name voor kinderen tussen de 0 en 6 jaar nodig dat contacten frequent zijn (minimaal twee keer per week) omdat zich anders geen relatie kan ontwikkelen en een terugplaatsing naar de ouders moeilijker wordt. Bij een langdurige plaatsing is het belangrijk dat het pleegkind een band met zijn/haar pleegouders kan opbouwen en dat het daarnaast contact kan hebben met de biologische ouder(s). De frequentie van de bezoeken wisselt per situatie en is onder andere afhankelijk van de relatie tussen het kind en de ouder(s) voor de uithuisplaatsing en de mate van stress die de bezoeken voor het kind met zich meebrengen. Voor het pleegkind moet duidelijk zijn door wie hij opgevoed wordt en waar het blijft wonen.